Spanje heeft vier officiële talen – maar het Spaans is niet overal de enige taal

Wie aan Spanje denkt, denkt al snel aan hola, gracias en buenos días. Spaans is inderdaad de taal die je in het hele land kunt gebruiken. Maar Spanje is taalkundig veel kleurrijker dan veel vakantiegangers denken. In verschillende delen van het land worden naast het Spaans nog andere talen gesproken die daar een officiële status hebben.

Catalaans, Baskisch en Galicisch hebben in hun eigen regio’s een belangrijke plaats naast het Spaans. Wie door Spanje reist, merkt dat al snel aan straatnaamborden, plaatsnamen, winkels, kranten en zelfs aan de taal waarin mensen elkaar aanspreken.

Spaans: de taal van heel Spanje
De officiële nationale taal is het Spaans, ook wel het Castiliaans genoemd (castellano). Het is de taal die overal in Spanje officieel gebruikt kan worden en die vrijwel iedere Spanjaard begrijpt.
Toch klinkt het Spaans niet overal hetzelfde. De uitspraak en woordkeuze kunnen per regio behoorlijk verschillen. Een Andalusiër spreekt bijvoorbeeld anders dan iemand uit Madrid of Valencia. Voor toeristen is dat meestal geen probleem. Met Spaans kun je in principe overal terecht.

Catalaans: van Barcelona tot de Balearen
In Catalonië is Catalaans naast Spaans een officiële taal. Je ziet de taal overal terug in Barcelona en andere Catalaanse steden.
Catalaans wordt ook gesproken op de Balearen, waaronder Mallorca, Menorca en Ibiza. Daar kom je bijvoorbeeld Catalaanse plaatsnamen en teksten tegen. Op Mallorca wordt de lokale variant vaak Mallorquín genoemd.

Ook in de Comunidad Valenciana heeft de regionale taal een officiële status. Daar wordt deze taal officieel Valencià genoemd: het Valenciaans. Taalkundig wordt het doorgaans tot het Catalaans gerekend.
Voor bezoekers kan dat soms verwarrend zijn. Een plaats kan bijvoorbeeld zowel een Spaanse als een Catalaanse of Valenciaanse naam hebben. Zo kennen we Barcelona, terwijl de stad in het Catalaans eveneens Barcelona heet, en Valencia heet officieel ook València.

Baskisch: een taal met een bijzonder verhaal
In het noorden van Spanje vinden we een heel andere taal: het Baskisch, of Euskera. Deze taal wordt vooral gesproken in het Baskenland en in een deel van Navarra.
Baskisch is bijzonder omdat het niet duidelijk verwant is aan de andere grote talen van Europa. Het is daarmee een van de meest opvallende taalkundige bijzonderheden van Spanje.

Wie door steden als Bilbao, San Sebastián of Vitoria-Gasteiz wandelt, ziet Baskische woorden op straatnaamborden en gebouwen. Een eenvoudig woord als ‘welkom’ kan er daardoor heel anders uitzien dan in de rest van Spanje.
Voor de meeste Nederlanders is Baskisch waarschijnlijk de moeilijkste van de vier talen om te herkennen of te begrijpen.

Galicisch: Spaans met een vleugje Portugal?
Helemaal in het noordwesten van Spanje ligt Galicië. Hier is naast Spaans het Galicisch, of Galego, officieel.
Galicisch heeft opvallend veel overeenkomsten met het Portugees. Dat is niet toevallig. De talen hebben een gezamenlijke historische oorsprong en ontwikkelden zich in hetzelfde gebied voordat Portugal en Galicië zich taalkundig verder van elkaar gingen ontwikkelen.
Tijdens een bezoek aan Santiago de Compostela, A Coruña of Vigo kom je Galicisch regelmatig tegen. Ook hier worden straatnamen en officiële informatie vaak in zowel het Galicisch als het Spaans weergegeven.

Vier talen, één Spanje
De verschillende talen zijn meer dan alleen een manier om met elkaar te praten. Ze zijn nauw verbonden met de geschiedenis en identiteit van de regio’s.
Vooral in Catalonië, Baskenland en Galicië speelt de eigen taal een belangrijke rol in de regionale cultuur. De taal wordt gebruikt in het onderwijs, de media, literatuur en het dagelijks leven.
Dat maakt een rondreis door Spanje extra interessant. Wie alleen aan zon, stranden en tapas denkt, mist een belangrijk deel van het land.

Welke taal hoor je tijdens je vakantie?
Voor Nederlandse vakantiegangers is het gelukkig eenvoudig. Spaans blijft de taal waarmee je vrijwel overal terechtkunt. In toeristische gebieden wordt bovendien vaak Engels gesproken.
Maar wie een beetje moeite doet om een paar woorden uit de regionale taal te gebruiken, krijgt vaak een enthousiaste reactie.

Een paar voorbeelden:
Spaans: Hola – Hallo
Catalaans: Hola – Hallo
Baskisch: Kaixo – Hallo
Galicisch: Ola – Hallo
En juist dat is misschien wel het leukste aan de talen van Spanje: ze laten zien dat Spanje geen volledig uniform land is, maar een land met verschillende culturen, geschiedenissen en tradities.

Wist je dat?
Spanje heeft dus niet vier landelijk officiële talen. Het Spaans (Castiliaans) is de officiële taal van de hele Spaanse staat. Catalaans/Valenciaans, Baskisch en Galicisch zijn daarnaast co-officieel in bepaalde autonome regio’s.

Wie door Spanje reist, ontdekt daardoor eigenlijk meerdere Spanj es in één land. Van Barcelona naar Bilbao en van Santiago de Compostela naar Valencia verandert niet alleen het landschap, maar ook de taal die je om je heen hoort.

Graphic: AI.