Spanje, land van sinaasappels

Spanje staat bij veel mensen bekend als het land van de sinaasappels. Dat is niet zo gek als je je bedenkt dat we als kind al met Sinterklaas liedjes hoorden dat de appeltjes van oranje komen uit het land van Spanje. En het is dan ook zo dat het Spanje de grootste leverancier van deze vrucht is van Nederland en België. Desondanks vinden we, als we de productiegegevens van sinaasappels in de wereld er op naslaan, Spanje pas terug op de zesde plaats.

Bovendien is het niet zo dat de vrucht van oorsprong uit het mediterraanse land komt. Deze eer is aan China. ‘China´s appel’, dat is waar ons woord ‘sinaasappel’ dan ook vandaan komt. In de negende eeuw werd de oranje vrucht door de Arabieren vanuit Indië naar Europa gebracht, waar ze o.a. in het zuiden van Spanje een goede voedingsbodem vond.

De Indiërs noemden de vrucht ‘nâranga’, wat betekent ‘welriekende geur’ en ‘binnenste’. Het is duidelijk dat het Spaanse woord ‘naranja’ daar vandaan komt. In Frankrijk werd de ‘n’ in het woord kennelijk ervaren als een deel van een lidwoord en kwam men uit op ‘orange’. De verandering van de eerste ‘a’ voor de ‘o’ wordt door sommige etymologen uitgelegd als te danken aan de goudgele kleur van de vrucht (‘or’ = goud) en door anderen als invloed van de naam van de stad Orange, waar een belangrijke handel in sinaasappels was. Sinds de twaalfde eeuw werd een betere soort geteeld in Spanje, Noord-Afrika en Palestina.

Verspreiding
Via de havens van Italië werd de vrucht langs de Middellandse Zeekusten verspreid. Spanje, met name de omgeving van Valencia en Alicante, werd zo de belangrijkste sinaasappelleverancier. Tegen die tijd kwamen de sinaasappelen ook in de Nederlanden terecht, waar ze in eerste instantie nog werden afgewezen: de eerste lading die in Antwerpen aankwam mocht niet gelost worden omdat de bevolking meende dat de nieuwe vrucht giftig was. Later zouden de Nederlanden een belangrijk doorvoerland voor sinaasappels worden.

Omstreeks de zeventiende eeuw verwierf de sinaasappel als voeding meer bekendheid. Ze werd uiteindelijk zelfs een mode bij de rijkere bevolking, die zelf sinaasappelen gingen telen om daarmee hun rijkdom te tonen. Om in een klimaat als het Nederlandse sinaasappels te telen is natuurlijk vrij kostbaar. In de winter moeten de bomen bijvoorbeeld naar binnen worden gehaald, om de vrucht te beschermen tegen de vorst. Een tuinman gespecialiseerd in sinaasappelbomen vroeg daarbij hoge honoraria. Ook de graaf van Oranje, Willem III, stadhouder van de Nederlandse Republiek en later ook koning van Engeland, deed aan deze mode mee. Hij plantte sinaasappelbomen bij het Paleis het Loo.

Een sinaasappelboom geeft het hele jaar vruchten. Daarom staat ze ook symbool voor de vruchtbaarheid. In China was het daarom een traditie om iemand ten huwelijk te vragen door haar een sinaasappel te geven.

Er bestaan heden ten dage zo’n 2000 sinaasappelrassen. Daarvan worden er ongeveer 100 op grote schaal geteeld. Uit Valencia komt de meest geplante en verkochte sinaasappel ter wereld: de ‘Valencia’ of ‘Valencia Late’, een ronde of ovale sinaasappel, met in haar binnenste 8 tot 13 segmenten en vrijwel geen pit. Ze heeft een geel-oranje gladde schil en is zeer sappig en fris zoetig.

Mandarijn
Ook de mandarijn, de naam zegt het al, komt overigens uit China. En ook zij werd, samen met de sinaasappel, door de Arabieren verspreid. De vrucht stond overigens in China in hoog aanzien; ze werd dan ook als een vrucht voor de rijken gezien, Zo kreeg ze uiteindelijk hier de naam, omdat ze dezelfde kleur had als de mantels die werden gedragen door de hoogste Chinese staatsambtenaren, de Mandarijnen.

BRON Spanje Cultuur Blogspot