De hippiecultuur op Ibiza

Het eiland Ibiza werd eind jaren 60 ontdekt door de zg. ‘hippiebeweging’ en dankzij haar geïsoleerde ligging en authenticiteit al snel één van de belangrijkste plekken geworden waar deze samenkwam. Overal ontstonden communes, waar jonge mensen met nieuwe idealen die ver stonden van de wereld van politiek en kapitalisme, bij elkaar woonden om te genieten van de vrijheid, de zon en de natuur.

Nu nog steeds, al is het intussen meer een soort party-eiland geworden van woeste drank- en drugsfeesten en dure, ‘trendy’ discotheken, dragen hippies bij aan de typische sfeer die op het eiland hangt. Ibiza wordt dan ook niet voor niets de ‘original hippy heaven’ genoemd.

De meeste hippies woonden in die jaren in het kleine gehucht San Carlos de Peralta, in oude boerderijen en vaak zonder elektriciteit en stromend water. Dat moest vaak ook wel, want geld was alleen een noodzakelijk kwaad. Gebruikelijk was dat men er samenkwam in ‘Bar Anita’ (ook wel ‘Can Anneta’ genoemd). Daar werd de post voor alle inwoners samengebracht en bevond zich de enige ‘openbare’ telefoon van het dorp.

De oorspronkelijke bevolking van Ibiza zag de komst van al deze buitenlanders met hun vreemde gewoonten overigens met lede ogen aan. Ze noemden hen neerbuigend ‘peluts’ (harigen) en zagen ze liever gaan dan komen.

Stranden
San Carlos was ook, en is dat nog steeds, het punt waarvandaan paden lopen naar enkele van de meest spectaculaire stranden van het eiland, ‘Cala Llenya’, ‘Cala Nova’, ‘Aguas Blancas’, ‘Cala de San Vicente’… Al deze meestal kleine stranden, ‘Cala Nova’ bestrijkt bv. slechts 250 meter, liggen op bevoorrechte plekken tussen kliffen en pijnbomen en hebben prachtig kristalhelder zeewater, turquoise-blauw van kleur. De wind kan er wel hoge golven maken. ‘Aguas Blancas’, of ‘Aigües Blanques’, heeft haar naam te danken aan het zeeschuim dat het hele strand kan bedekken.

Op deze stranden, toen nog weinig bezocht en ongerept, werden indertijd heel wat kampvuren gehouden, om samen te zingen, dansen, ‘weed’ te roken en de liefde te bedrijven. Nu wordt het vooral nog bezocht door toeristen. ‘Aguas blancas’ is tegenwoordig het meest populaire naaktstrand op het eiland. Ook ‘Bar Anita’ bestaat nog steeds, en is zelfs intussen een gerenommeerd restaurant geworden met o.a. een groot aanbod aan zelfgemaakte likeuren en kunstexposities. De telefoon hangt er nog, als een relikwie uit die tijd.

Hippiemarkt
Intussen zijn er in San Carlos nog maar weinig hippies over, alleen nog de echte, voor wie het ‘hippie-zijn’ een levensstijl is en niet zomaar een modeverschijnsel. Daarvoor moeten we meer gaan zoeken op plekken als San Juan, Las Dalias of Santa Gertrudis, gezellige en op een relaxte manier levendige dorpjes met winkeltjes, bars en restaurants. In Las Dalias wordt iedere zaterdag de bekendste en grootste hippiemarkt met artesanale produkten gehouden, tussen mei en oktober van 10 tot 20 uur, de rest van de maanden tot 18 uur.

Een andere bekende hippiemarkt is elke woensdag tussen april en oktober op het terrein van Hotel Club Punta Arabí in Es Canà, van 10 tot 19 uur. Verder heb je o.a. de avondmarkt van San Carlos, ‘Mercado nocturno de Las Dalías, van juni tot september elke maandag- en dinsdagavond van 19 tot 1 uur. Vaak wordt daar ‘live’-muziek ten gehore gebracht. Alles is natuurlijk wel wat meer toeristisch geworden -ook hippies -en ‘neo-hippies’- moeten ergens van leven.

Kunstenaars en popgroepen
Ook voor kunstenaars en musici was het eiland een inspirerende plek. Frank Zappa en Jim Morrison zijn er geweest. Groepen als Santana, The Rolling Stones en Pink Floyd hebben er opgetreden. De laatste componeerde de muziek voor de Franse film ‘More’ (1969), waarin als achtergrond van het verhaal de hippiecultuur op Ibiza werd belicht. Ook enkele Nederlandse kunstenaars trokken naar Ibiza, waaronder schrijvers als Harry Mulish, Jan Cremer en Cees Nooteboom.

BRON Spanje-cultuur.blogspot – Foto Telmo.