De Spookstad van Dénia: Het Zwitserse miljoenenspektakel dat een openluchtgalerie werd
Wie aan de levendige badplaats Dénia aan de Costa Blanca denkt, ziet al snel een sfeervolle vissershaven, middeleeuwse muren en terrassen vol dampende pannen met de beroemde rode garnaal voor zich. Maar verscholen op de groene hellingen van de majestueuze berg Montgó, ligt een heel ander stukje geschiedenis: het spookstadje El Greco (of Pueblo Fantasma). Een nooit afgebouwde woonwijk die de stille getuige is van een uiteengespatte droom.
Een Zwitsers droomproject in de knel
Het verhaal begint in 1973, midden in de hoogtijdagen van de Spaanse bouwboom. Een groep kapitaalkrachtige Zwitserse financiers (SEFI) zag de perfecte kans: een luxueus villapark van maar liefst 60 hectare op de top van de Lloma de Castanyar. Het plan was even ambitieus als megalomaan: 616 luxe villa’s met een adembenemend uitzicht over de azuurblauwe Middellandse Zee.
Bouwgigant Dragados y Construcciones ging voortvarend van start en trok de betonnen karkassen van de eerste 111 huizen op. Maar toen sloeg het noodlot toe. Een slepend financieel en juridisch conflict tussen de bouwer en de Zwitserse ontwikkelaars trok de handrem stevig aan. De kranen vielen stil, de arbeiders vertrokken, en de betonnen skeletten bleven eenzaam achter op de berg.
De genadeklap van de natuur
De definitieve genadeklap voor het project viel in 1987. In dat jaar werd de berg Montgó officieel uitgeroepen tot beschermd natuurreservaat. Vanaf dat moment was elke vorm van verdere bouw of bewoning definitief van de baan. Hoewel het Spaanse ministerie van Milieu in 2008 opdracht gaf om de complete spookstad tegen de vlakte te gooien, is dat nooit gebeurd. De geschatte kosten van €400.000 en ingewikkelde aansprakelijkheidsclaims bleken een te hoge drempel voor de gemeente. En zo staan de ruïnes er, ruim veertig jaar later, nog altijd.
Van betonrot naar openluchtgalerie
Waar de natuur deels de wijk heeft teruggezakt, hebben urban explorers (urbexers) en nationale graffiti-artiesten de lege betonnen hulzen een heel nieuw leven gegeven. De grijze muren zijn in de loop der decennia getransformeerd tot een van de grootste, illegale openlucht graffiti-galeries van Spanje. Wandelaars en kunstliefhebbers kijken hun ogen uit bij de duizenden kleurrijke muurschilderingen die scherp contrasteren met het ruige mediterrane landschap.
Wie er weleens wandelt als de beruchte oostenwind opsteekt, begrijpt direct waarom de Spanjaarden het een pueblo fantasma noemen. De wind giert dan met een griezelig, fluitend geluid door de lege kozijnen en open deurposten van de miljoenenruïnes.
Tip voor de Spanje-ganger: Kijken vanaf de wandelpaden
Hoewel het spookstadje een fascinerende stop is tijdens een wandeling op de Montgó, waarschuwen lokale autoriteiten om de gebouwen zelf absoluut niet te betreden. Door decennia van blootstelling aan de zilte zeelucht en vandalisme is er sprake van ernstige betonrot, met regelmatig instortingsgevaar tot gevolg. Gelukkig is het uitzicht vanaf de officiële wandelpaden minstens zo indrukwekkend: een surrealistische mix van mislukte Zwitserse luxe, levendige straatkunst en de oneindige Spaanse zee.
Het is een van die unieke, rauwe pareltjes die bewijzen dat Spanje áltijd weer een verrassend verhaal te vertellen heeft.
BRON FOTO: Melqui Presenta.

