De ‘Sagrada Familia’, het eindeloze bouwsel van Gaudí

Sinds in 1882 de eerste steen werd gelegd wordt er nog altijd voortdurend aan de ‘Basílica i Temple Expiatori de la Sagrada Família’, oftewel de ‘Sagrada Familia’, gebouwd. Eigenlijk alleen tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) hebben de werkzaamheden tijdelijk stilgelegen. De huidige opleverdatum is vastgelegd in het jaar 2026. Dat zou dan precies 100 jaar zijn na de dood van de architect, Antoni Gaudí (1952-1926).

De vorderingen van de bouw hangen echter voor een groot deel af van giften omdat de ‘Sagrada Familia’ een zg. ‘verzoeningskerk’ is mag deze namelijk uitsluitend betaald worden met donaties. Sinds de jaren tachtig wordt een groot deel van de bouw echter betaald door het heffen van entreegeld, wat het vanwege de populariteit als toeristische attractie een stuk sneller blijkt te doen gaan. Een nadeel is wel dat intussen reeds lang voltooide gedeelten alweer gerenoveerd moeten worden, wat vanzelfsprekend ook weer geld kost.

Idee en opdracht
De idee voor de ‘Sagrada Familia’ is afkomstig van een boekhandelaar, Josep María Bocabella. Die had in 1866 de ‘Asociación Espiritual de Devots de San José’, oftewel de ‘Geestelijke Vereniging van Devoten van de Heilige Jozef’, opgericht. Dankzij vele giften kon Bocabella allereerst een stuk grond van 12.800 m2 kopen. De architect Francisco de Paula del Villar (1828-1901) bood aan om kosteloos het eerste ontwerp te maken voor een neogotische kerk, die daar gebouwd zou moeten worden. In 1882 begon de bouw van de crypte, maar een jaar later werd het vanwege ruzie gestaakt.

Zo kwam uiteindelijk Gaudí in 1885 in beeld. Die voltooide weliswaar nog wel de crypte naar de originele ontwerpen van Del Villar, maar zou daarna zijn eigen weg volgen: de op een Latijns kruis gebaseerde kruiskerk met een driebeukig schip en een enkelbeukig transept veranderde al gauw in een kerk met een vijfbeukig hoofdschip en een driebeukig dwarsschip.

Bouw
Gaudí ging er van oorspronkelijk uit de kerk in 10 jaar te kunnen bouwen. Na een paar jaar zag hij echter in dat dat onmogelijk zou zijn. Daarbij bleef hij het basisontwerp zodanig veranderen tot de stijl niet gotisch meer te noemen was. Tijdens de bouw zou Gaudí daardoor zo bezig zijn met de werken, hij stond erop om van alle details op de hoogte gehouden te worden, dat hij na 1914 geen andere opdrachten meer aannam. De kerk zou dan ook laatste opdracht zijn en tegen het einde van zijn leven woonde hij zelfs enige tijd op de bouwplaats.

Na de dood van Gaudí bleek hij een aantal ontwerpen, maquettes en tekeningen te hebben nagelaten, die zijn opvolgers als leidraad konden gebruiken. Toch was dat vanwege de bijzondere wijze waarop Gaudí werkte niet makkelijk, en toen bij een brand tijdens de Spaanse burgeroorlog in 1936 ook nog een groot deel van zijn ontwerpen verloren ging welhaast onmogelijk. Daardoor verschillen de nieuwere façaden van de kerk duidelijk van de oudste, de noordoostgevel.

Façades en interieur
Het ontwerp van de basiliek voorziet in drie façades die elk een fase uit het leven van Jezus moeten verbeelden. De façade van de geboorte, in het noordoosten, werd nagenoeg volledig naar Gaudí’s ontwerp gemaakt. Ook die van het lijden, in het zuidwesten, is reeds voltooid, maar een halve eeuw na de voltooiing van die van de geboorte. Daardoor verschilt die duidelijk in stijl. Alleen de façade van de glorie moet nog komen, en wel aan de voorkant. Elke façade zal dan vier klokkentorens hebben, in totaal dus twaalf, die de twaalf apostelen symboliseren.

De zuilen van het schip hebben een uniek ontwerp en bestaan uit gelijke helices, die tegen elkaar indraaien, als corresponderend met de erop inwerkende krachten. Dat was een techniek die Gaudí vaker had toegepast. De zuilen hebben meerdere verschillende diameters, en afhankelijk van de diameter vertakt een zuil op een bepaalde hoogte in een knooppunt, waardoor het lijkt op een boom. Het geheel vormt zo een bos van zuilen waarop het gewelf van de basiliek rust. Gaudí ontdeed zich daarbij bewust van de binnen de gotiek bekende toepassing van luchtbogen en steunberen.

Ook in het interieur blijken de ideeën van Gaudí zeer doordacht. Het koor wordt omgeven door zeven kapellen, waarbij het de bedoeling is dat ze gegroepeerd zullen zijn rond een centrale kapel, gewijd aan de hemelvaart van Maria. Aan de overkant van het hoofdschip bevinden zich aan weerszijden van het hoofdportaal een biecht- en een doopkapel.

Andere wetenswaardigheden
In 1926 werd Gaudí overreden door een tram en overleed enige dagen later. Hij werd begraven in de crypte van de ‘Sagrada Familia’.

Op 7 november 2010 werd de kerk ondanks dat het niet voltooid is door paus Benedictus XVI officiëel tot basiliek gewijd.

Opvolgers van Gaudí waren o.a. de architecten Francesco Quintana (1892-1966), Puig Boada (1891-1987), en Lluís Gari (1893-1993). Sinds 1979 is de Nieuwzeelander Mark Burry de consulterende architect van de basiliek.

In 2010 leek de bouw van de Sagrada Família in gevaar te komen door de aanleg van de Spaanse hogesnelheidslijn, de ‘AVE’. De tunnel, die voor de AVE onder Barcelona gegraven moest worden, zou namelijk precies onder de fundamenten van de ‘Sagrada Familia’ lopen. Eerder waren er ten zuiden van Barcelona hierdoor al grondverzakkingen ontstaan. Men vreesde dus het ergste. Uiteindelijk maakte de boormachine eind 2010 een tunnel zonder dat er schade aan de kerk werd aangericht.

De ‘Sagrada Familia’ wordt algemeen gezien als het meesterwerk van Gaudí. Al zijn opvattingen over architectuur zijn er in samengevat.

BRON Catalonie.blogspot.com